
Varkens zijn bijzondere dieren. Ze lijken een beetje op mensen. Zo houden ze van zoetigheid en is de geur en smaak van voedsel voor hen belangrijk voor een goede eetlust. Ze hebben bijna dezelfde spijsverteringsorganen als mensen: zoals een maag, dikke en dunne darm. Verder delen ze hun leefruimte zo in dat er een vaste plek is om te plassen en te poepen, ver weg van de voer- en drinkbak. En daar houden alle varkens in het hok zich aan.
Net als veel andere dieren zijn varkens groepsdieren. Ze eten graag samen en slapen dicht tegen elkaar aan. Daar gaan wel wat gevechten aan vooraf. Ze vechten dan om te bepalen wie de baas is in het hok. Sommige varkens zitten dan onder de schaafplekken. Om dit te voorkomen kiest een varkenshouder er vaak voor om alle broertjes en zusjes in één hok te plaatsen. Zij kennen elkaar en vechten niet.
Varkens houden van smakelijk eten. Als big het liefst zoetigheid. Op latere leeftijd mag de smaak iets zuurder zijn. Verder spelen varkens graag. Daarom geven varkenshouders de varkens ballen om mee te neusballen, kettingen om mee te rammelen en stro om op te kauwen.
Zo lui als een varken is een uitdrukking. En die klopt: zo’n 80% van de tijd slapen ze.
Varkens kennen en herkennen 26 verschillende geluiden, waarmee ze signalen afgeven. Ergernis, tegenzin of tevredenheid. Dus er wordt wat afgeknort. Reuk en gehoor zijn goed ontwikkeld bij een varken. Ze kunnen wat betreft gehoor, reuk, slimheid en geheugen wedijveren met honden.